Iedere keer ben ik erbij

11 november 2015

Een kleine witte Citroën stopt achter me. Terwijl ik naar haar toe loop zie ik haar al wat spullen verplaatsen naar de achterbank om ruimte voor me te maken op de passagiersstoel. Op dat soort momenten moet ik vaak denken aan wat Frank Verhart, een bekende en zeer fanatieke lifter uit Nederland, eens zei: “Bij veel chauffeurs is niet alleen in de auto, maar ook in het hoofd ruimte aanwezig om lifters mee te nemen”. En zo is het maar net. Zij staat open voor mij. Net zoals ik voor haar.

Sjaal
Ze heeft krullend, donkerbruin haar. Opgestoken. Ze draagt een grote sjaal met druk motief, die aangenaam om haar heen geslagen is. Ze heeft donkerbruine ogen. Vriendelijk.

Gezellig
Ze is gelijk geïnteresseerd waarom ik lift. Het is de eerste keer dat ze een lifter meeneemt. Ik zal zorgen dat ze er geen spijt van krijgt. Maar dat is niet moeilijk, ze is erg aardig en het is al snel gezellig. Ze woont zelf in Nijmegen, maar komt nu uit Eindhoven, van haar vriendje af.

Logopedie
Ze is logopediste op een afdeling in het Radboudumc. Ze komt met allerlei patiënten in aanraking. Voor diagnostiek of behandeling. Maar ze geeft ook les aan de HAN. “Ik hou van die afwisseling. Heb ik echt nodig.” zegt ze. Zo is ze onlangs ook nog met logopedisten vanuit het hele land bij elkaar geweest om ervaringen uit te wisselen. “Dan kom je er als logopediste van het Radboudumc toch echt niet bekaaid vanaf.” zegt ze lachend. “Je hebt bij ons zoveel mogelijkheden”.

Speciaal
De laatste tijd komt ze veel op de Intensive Care. Patiënten di e langzaam uit coma ontwaken en van de beademing af komen. Patiënten die voor het eerst weer allerlei dingen zelf kunnen. “Ja, dat blijft bijzonder.” zegt ze. “Iedere keer ben ik erbij, als ze na lange tijd coma voor het eerst weer zelf ademen, voedsel doorslikken, of zelfs weer iets zeggen.” Dat lijkt me inderdaad heel speciaal. Dat je daarbij aanwezig mag zijn, op zo’n belangrijk moment in iemands leven. Niet alleen in het leven van die patiënt, maar ook in die van de naasten. Oef.

 

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Telefoon

4 november 2015

Een Volkswagen cabrio. Met de kap dicht. Het is tenslotte november. Een man met bijzonder vriendelijke, blauwe ogen kijkt me aan. Hij zal minstens 10 jaar ouder zijn dan ik. Als ik in wil stappen zie ik zijn telefoon op de grond liggen. “Ik moet even voorzichtig instappen, ik wil niet op je telefoon stappen.” zeg ik als hint. Hij begrijpt hem en legt de telefoon op zijn schoot.

VOHA
“Waar werk je in het Radboud?” vraagt hij aan me. Als ik het vertel knikt hij al snel met een herkennende blik. Dat is niet vaak zo als ik over mijn afdeling vertel. Maar ik ken zijn afdeling ook. De VOHA; huisartsenopleiding. We kennen zelfs een aantal collega’s van elkaar.

Kaliber
Hij is zelf ook huisarts ergens in Limburg, maar twee dagen in de week begeleidt hij dus huisartsen in opleiding in Nijmegen. Met name bij hun stage op de Spoedeisende Hulp. “Wat je daar te zien krijgt is van een heel ander kaliber dan wat je op de huisartsenpraktijk ziet.” vertelt hij. Ik geloof het gelijk.

Gok
We komen op een kruising waar veel liftgevers rechtsaf slaan. “Zou ik dat groene licht rechtsaf halen?” vraagt hij aan me. “Dat is de vraag…” antwoord ik neutraal. En op dat moment is de beslissing om die gok niet te wagen al genomen. Hij pakt ondertussen zijn telefoon van schoot en stopt hem in zijn borstzak.

Suriname
“We zijn nu ook een huisartsenopleiding aan het opzetten in Suriname.” zegt hij. “Daar heb ik zelf een paar jaar gewoond.” vertelt hij verder. Ik vraag wat het belangrijkste verschil is tussen huisartsen hier en daar. “Nou, daar kan iedereen een bordje ‘huisarts’ op zijn deur hangen. Er is geen enkele kwaliteitsnorm.” zegt hij. “Er zijn daar mannetjes van 84 jaar die nog steeds huisarts zijn, zonder ook maar één keer nascholing te hebben gevolgd.” voegt hij eraan toe. Ok… “Dus het maakt daar nogal wat uit waar je als patiënt naartoe gaat met je klachten.” zegt hij. Ja, dat geloof ik. Maar ik weet dat dat voor Nederland ook kan gelden. “Toch doen ze daar op bepaalde plekken de diabeteszorg weer op vergelijkbaar niveau als in Nederland.” zegt hij. “En dat is leuk om te zien. Hoe dat daar naast elkaar bestaat.”

Telefoon
We zijn er en ik stap uit. Hij moet nog wat papieren verzamelen die hij achterin had gelegd om plaats te maken voor me. Als hij is uitgestapt realiseert hij zich dat hij zijn telefoon niet kan vinden. Hij maakt nog een keer de deur open om te gaan zoeken naar het ding. “Heb je die niet in je borstzak gestopt?” vraag ik. Hij voelt. En vindt. En opgelucht zegt hij “Het is maar goed dat jij meereed!”.

 

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Ouderwets beeld

28 oktober 2015

“Oh hoi, mag ik weer mee?” vraag ik aan de man in de snelle Toyota GT, die me vorige week ook al een lift had gegeven. “Ja hoor.” zegt hij. Ik hoop altijd dat mensen zich niet verplicht voelen me weer mee te nemen, als ze dat eenmaal één keer hebben gedaan. “Wat toevallig!” zeg ik. Net als vorige week stond ik er namelijk nog geen anderhalve minuut. Hij glimlacht.

Herfstvakantie
“Heb je geen herfstvakantie?” vraag ik. Nee, hij had niet eens in de gaten dat het herfstvakantie was. “Die vakantiedagen krijg ik nooit op” zegt hij. Nou, dat is bij mij toch echt een ander verhaal. Op een of andere manier komt het gesprek op kinderen. Ik vertel over die van mij, welke leeftijd ze zijn en dat ze sinds kort allebei naar school gaan.

Kinderen
“Heb je ook kinderen?” vraag ik. “Jawel, drie stuks.” zegt hij met zijn Belgisch accent. “Maar die zijn al wat ouder, tieners.” voegt hij eraan toe. Hij blijkt twee zonen en één dochter te hebben. “Het is een hele opgave, kinderen.” zegt hij. “Het is maar goed dat de natuur het zo heeft geregeld dat je het allemaal niet kunt overzien op het moment dat je ze verwekt.” vertelt hij. Ik lach, ik begrijp wel wat hij daarmee bedoelt.

Internaat
Zijn oudste zoon studeert en zit op kamers. “Wonen je jongste zoon en dochter wel nog thuis?” vraag ik. “Alleen in het weekend. Die zitten namelijk op een internaat.” vertelt hij. Oh, een internaat. Daar heb ik op een of andere manier altijd niet zo’n fijne associatie bij. Hij vertelt dat er in de streek in België waar hij woont zeer weinig goede scholen zijn. “De dichtstbijzijnde was anderhalf uur rijden. En ja, dat gaat gewoon niet hè?” vertelt hij.

Selectieprocedure
“Mijn kinderen hebben het daar goed hoor. Ze kunnen na school sporten wat ze willen.” zegt hij. Er blijkt ook een selectieprocedure te zijn om toegelaten te kunnen worden, met motivatiebrief en alles. Van de veertig kandidaten werden er maar acht toegelaten. “Maar gelukkig vinden ze het eten thuis nog wel steeds lekkerder dan daar.” lacht hij. “En mijn oudste zoon, die nu op kamers zit, zei laatst nog ‘Die tijd op het internaat, was de mooiste tijd van mijn leven’.”

Ik geloof dat ik het wat ouderwetse beeld dat ik van een internaat had, nu mag loslaten.

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Zo’n dag

21 oktober 2015

Het is zo’n dag dat alles mee lijkt te zitten. Het is niet koud en het is droog. De zonsopgang is van een betoverend mooi oranje. Alles buiten krijgt daardoor een magisch oranje laagje.  De huizen, de stoep, zelfs de bomen. Prachtig.

 

Toyota GT
Als ik op mijn liftplek kom staan er al twee meiden op de bus te wachten. Die zal dan zo wel komen, bedenk ik me. Vol goede moed loop ik naar het einde van de bushalte en hou mijn bordje omhoog. Ik hoef niet lang te wachten. Al snel komt er een witte Toyota GT aanrijden. Je weet wel, zo’n sportief model. Officieel vier persoons, maar met goed fatsoen eigenlijk twee. Dat soort snelle bakken komen wel vaker voorbij, maar stoppen nooit. Maar verrek, z’n knipperlicht gaat toch echt aan en hij stopt ietsje achter me. Terwijl ik instap zie ik dat de bus er ook aankomt. Ik bedenk me wat de twee wachtende meiden nu wel niet moeten denken. Heel eventjes komt het in me op om naar ze te zwaaien. Nee, dat is te flauw.

Belgisch
De chauffeur blijkt een Belgische man van een jaar of 45. Hij heeft vlassig blond haar en zo’n piepklein, hip plukje baardgroei direct onder zijn lip. Hij heeft verder een pokdalig gezicht. Zijn accent alleen al maakt hem zacht. “Ik had je al vaker zien staan, maar kon toen nooit goed stoppen.” zegt hij. “Maar vanochtend besloot ik extra goed op te letten, en voilà, gelukt.” zegt hij lachend.

Comfortabel
Hij woont in België en werkt één dag in de week als hoogleraar Sociale Wetenschappen op de universiteit en vier dagen bij Philips in Eindhoven. “Zo, dan zit je veel op de weg”, zeg ik. “Ja, en daarom rij ik graag comfortabel” zegt hij met een knipoog. Ik kan niet ontkennen dat zijn auto inderdaad erg comfortabel zit. “GT staat voor Gran Turismo” legt hij uit. “Meerdere automerken hebben daar een versie van.” voegt hij eraan toe. Ik neem het gelijk voor waarheid aan. Ik heb er geen verstand van.

Lachje
Ik vraag hem of hij ook die mooie zonsopgang heeft gezien zojuist. “Ja prachtig hè?” zegt hij. “We staan te weinig stil bij dat soort dingen.” voegt hij eraan toe. Dan zijn we er en hij zet me af bij bushalte bij het Spinozagebouw. Ik dank hem en wens hem een fijne dag. Als ik mezelf uit de verlaagde auto heb gewurmd en richting mijn kant van het ziekenhuis begin te lopen, stapt er net een hele club studenten uit de bus. Gezichten starend naar mobieltjes, oordopjes in, gehaast, enigszins chagrijnig. En dan kan ik toch een klein lachje niet onderdrukken. Hoe compleet anders is mijn dag begonnen…

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Het mooiste wat er is

14 oktober 2015

“Moet je even afgezet worden?” vraagt de jongen op de passagiersstoel aan me, door het open raampje. Hij heeft een sterk Turks of Marokkaans accent. “Ja”, zeg ik, “waar moeten jullie zijn?”. De chauffeur neemt het even van zijn bijrijder over en zegt dat ze in de Meijhorst moeten zijn. Als ik vraag of ze me dan in ieder geval na de brug kunnen afzetten, volgt er een geruststellend, knikkend gebaar.

Hand
“Ik ben Zamir” zegt de bijrijder, terwijl hij zich naar me omdraait en me een hand geeft. Hij heeft een bol gezicht met volle wangen. De chauffeur volgt zijn voorbeeld “Achmed” zegt hij. Hij heeft een smal gezicht, met een hip, strak getrimd baardje. “Marjan” zeg ik, terwijl ik mijn paraplu en tas een plekje geef naast de lege Maxi-Cosi op de achterbank en mijn riem omdoe.

Positief
“Doe je dit vaker?” vraagt de bijrijder. “Iedere woensdag” antwoord ik. “Genoeg aardige mensen hè?” zegt de chauffeur. “Precies” zeg ik. Fijn, iemand die er ook positief naar kijkt. Zijn bijrijder is wat sceptischer. “Wel makkelijk zo.” zegt hij. “Zeker” zeg ik lachend terug.

Werk
Ze blijken samen met nog een vriend eigenaar van een bouwbedrijfje. Maar omdat het vandaag regent zijn ze vrij. “Op zich wel lekker om vrij te zijn, maar ja, ook geen inkomsten hè?” zegt de chauffeur. “Vind je het leuk werk?” vraag ik aan de chauffeur. “Jawel, je kunt echt iets maken waar iemand blij mee is. En daar word ik dan weer blij van.” antwoordt hij.

Zoontje
De chauffeur blijkt een zoontje te hebben van negen maanden. “Drukke tijd” zeg ik hem. “Ja, dat wel.” zegt hij. Ik vertel over mijn kinderen, die inmiddels allebei al naar school gaan. Een hele andere fase. “Wij willen ook graag een tweede” zegt de chauffeur, “is leuker voor ze als ze met z’n tweetjes zijn.” “Vaak wel” zeg ik. Hij lacht. De bijrijder valt een beetje stil, ik vermoed dat hij geen kinderen heeft. “Maar hoe je het ook went of keert” zegt de chauffeur, “het is het mooiste wat er is.” En dat, kan ik alleen maar beamen.

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Jantjes gitaar

7 oktober 2015

Het begint net te regenen dus ik sta met paraplu. Een hoge, rode, gloednieuwe Toyota met twee grijze dames voorin stopt voor me. Het zijn buurvrouwen. Ze wonen in dezelfde straat in de Weezenhof, net aan de andere kant van de wijk dan ik.

Kaarsrecht
De chauffeuse heeft grijs haar dat kaarsrecht geknipt op haar schouders valt. Haar pony valt met eenzelfde strakke lijn tot boven haar ogen. Ze draagt een bordeauxrode bril. Haar bijrijdster is tenger en heeft een smal gezicht met stijl, piekerig haar.

Smartlappenkoor
“We komen net van de repetitie.” vertelt de chauffeuse. “We zingen in een smartlappenkoor.” verklaart ze nader. Ah, kijk. Leuk. “Hoe heet jullie koor?” vraag ik. De bijrijdster vertelt dat ze de naam telkens vergeet. “ ’T mag geen naam hebben.” zegt de chauffeuse.

Zielig
De dames vertellen dat ze altijd erg blij van de repetitie terugkomen. Ze zingen vanalles, André Hazes, Guus Meeuwis en nog veel meer. “Zijn altijd een beetje zielige liedjes, maar toch word je vrolijk als je ze zingt.” zegt de chauffeuse.

Jantjes gitaar
“En hebben jullie ook een favoriet liedje?” vraag ik. Dat heeft de bijrijdster wel. “Jantjes gitaar” vertelt ze. En de chauffeuse vertelt me waar het liedje over gaat. “Jantjes vader is overleden en zijn moeder te arm om voor hem een gitaar te kopen. Dus bindt Jantje een briefje aan een blauwe ballon en laat die los richting de hemel.” vertelt ze. Dat klinkt als een echte smartlap ja. “Op het briefje vraagt hij z’n overleden pa of hij geld voor die gitaar kan regelen. De ballon komt uiteindelijk terecht bij een stel dat net hun kindje heeft verloren. “ vertelt ze verder. Nou, zieliger kan het inderdaad bijna niet worden. “En dan koopt dat stel voor Jantje een gitaar!” besluit de chauffeuse lachend.

Nou, dat is toch mooi. Een smartlap, met een happy end!

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Gevaarlijk

30 september 2015

“Ik moet aan het einde van de Hatertseweg zijn.” zegt de grijzende man op leeftijd met rond, ijzeren brilletje. Ik twijfel even omdat het niet heel gunstig is, maar besluit in te stappen. Een wandelingetje met dit mooie weer is eigenlijk nog niet zo gek.

Fotograaf
De man is een roker. Dat ruik ik, maar zie ik ook aan zijn gele vingers. Hij blijkt fotograaf. Hij heeft een ouderwets uitziende, maar toch digitale Fuji. “Altijd al een Fuji gehad?” vraag ik. “Nee, hiervoor had ik een Nikon. Maar ja, die woog wel vier kilo!” voegt hij eraan toe. Hij is van de straatfotografie. Hij legt me uit hoe het toestel werkt. Diafragma, sluitertijd en nog wat dingen. En dat werkt dan met aantal stops. “Als je het diafragma halveert, is dan één stop. Als je dan je sluitertijd verdubbelt is dat ook één stop. En dan heb je soms tien stops nodig voor de perfecte instelling voor dat moment, met dat licht.” vertelt hij vastberaden. Ok. Ik begreep nog maar net hoe het zat met het gewone diafragma en sluitertijd, laat staan dit verhaal.

Saai
Hij is erg zelfverzekerd over zijn fotografie-skills. “Als ik de foto neem hoef ik niet na te denken of hij is gelukt. Dan weet ik dat gewoon.” zegt hij. “Wordt het dan niet saai om foto’s te maken?” vraag ik. “Nee hoor. Alhoewel ik wel de geur en het gevoel van het ouderwets ontwikkelen mis.” antwoordt hij.

Gevaarlijk
Dan vraagt hij of ik altijd zo naar huis ga. “Leef je graag gevaarlijk?” voegt hij eraan toe. Hij denkt er duidelijk het zijne van. “Heeft je moeder je nooit gewaarschuwd dat je niet bij vreemde mannen in moet stappen?” vraagt hij. Ik denk even heel serieus na over die vraag. Heeft mijn moeder me dat weleens heeft gezegd? Ik kan het me eerlijk gezegd niet bewust herinneren en dat zeg ik hem ook. “Nee, dat is duidelijk.” zegt hij dan cynisch.

Zou hij het dan zijn?
Een heel enkele keer denk ik tijdens dit soort gesprekken met een mannelijke chauffeur ‘Goh, zou hij het dan zijn, die me nu gaat beetpakken en iets aan gaat doen? Juist omdat je het er zo openlijk over hebt? Zou m’n intuïtie me dan echt in de steek hebben gelaten?’ Maar terwijl ik hem observeer moet ik al een beetje lachen om die gedachte. Nee. Ook nu weer. Niet aan de orde.

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Wie viel Wahrheit verträgst du?

23 september 2015

Een Seat met Duits kenteken stopt. De jonge knul wijst in gebrekkig Nederlands op zijn telefoon aan waar hij moet zijn. Vlakbij mijn werkplek, komt goed dus.

Knap
Het is een knappe jongen. Hij draagt een bril. Hij ziet op een of andere manier een beetje bleek. Maar dat zal zijn natuurlijke teint zijn. Hij blijkt Natuurkunde te studeren, eerste jaars. Hij kachelt iedere dag anderhalf uur naar de uni voor colleges en dan anderhalf uur weer terug naar Essen, Duitsland.

Relatie
Hij vertelt dat zijn relatie afgelopen weekend uit is gegaan. “Oh, wat vervelend voor je!” zeg ik. “Ja” zegt hij matjes. Uit het gesprek wordt duidelijk dat het niet per sé zijn beslissing was. Hij is er wat stilletjes onder, dus ik besluit er maar niet verder op in te gaan.

Liftvriendelijk
We praten wat over liften. Had hij nog nooit gedaan, geen behoefte aan. Ik vertel hem dat Duitsland juist bekend staat als een bijzonder liftvriendelijk land. Hij is wel eens met de wel bekende Mitfahrgelegenheit meegereden naar Berlijn. Een soort online “samenrijdcentrale” waar Duitsland ook absoluut mee voorop liep een aantal decennia geleden.

Veganist
Vanaf de plek waar hij parkeert kunnen we nog even samen oplopen. Als ik uitstap zie ik met grote letters een website (www.earthlings.de) achterop zijn auto staan met daaronder de prikkelende tekst ‘Wie viel Wahrheit verträgst du?’. “Ken je dat?” vraagt hij aan me. Nee, maar ik ben razend benieuwd wat het is. “Ik ben veganist.” zegt hij. “Deze documentaire gaat over hoe wij met dieren omgaan. In de voedselindustrie, cosmetica en onderzoek enzo.” vertelt hij verder. Ach zo, denk ik. “Geloof me die film kun je maar één keer zien” vertelt hij. Dat geloof ik graag. Ik ben daar al niet zo’n held in; dierenleed. “Mijn vriendin is na het zien ook veganist geworden” voegt hij eraan toe.

Bewust
“En waarom heb je dat achterop je auto staan?” vraag ik. “Nou, ik hoop dat meer mensen hem dan gaan kijken en zich er meer bewust van worden dat we zo niet met dieren om kunnen gaan.” vertelt hij. Mooi. Iemand die voor iets goeds staat en dat op zijn manier uitdraagt.

Kijken
Dan zijn we op het punt waar onze wegen scheiden. “Nou, misschien ga ik hem wel kijken.” zeg ik. “Ok. Gut.” zegt hij. “Bedankt. Fijne dag!” zeg ik. “Jij ook!”

 

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Verbinding

17 september 2015

“Ik ga naar mijn vader. Hij ligt op neurologie.” vertelt ze. Oh, ok. Ze is klein van stuk, heeft een blanke huid, lang haar met donkere krullen. Ze draagt geen make-up.

Operatie
Haar vader heeft een aantal herseninfarcten gehad. Ze vertelt het hele verhaal. Nuchter, zonder al teveel emotie. “Toen hij 6 weken geleden het eerste herseninfarct kreeg is hij opgenomen in Maastricht.” vertelt ze. “Maar daar gingen ze maar niet over tot een operatie, terwijl we zelf nog van 19 jaar geleden wisten hoe belangrijk dat was.” zegt ze. Lijkt me een hele vervelende situatie. “Nou, toen kwamen we er uiteindelijk achter dat de neurochirurg gewoon met vakantie was.” voegt ze eraan toe. Mijn mond valt werkelijk open van verbazing. “Dat meen je niet.” zeg ik.

Eerste hulp
Maar ze meent het wel. Ze zijn toen direct met de ambulance naar het Radboudumc gegaan. Onderweg kreeg haar vader nog een epileptische aanval. “Toen we aankwamen bij de eerste hulp zag ik de chirurg staan. En ik voelde gelijk een enorm vertrouwen dat het nu goed zou komen met zijn operatie.” vertelt ze. En het kwam goed.

Verbinding
“Alle verpleegkundigen en andere zorgverleners zijn zo enorm betrokken bij mijn vader. Dat vind ik echt geweldig.” zegt ze. “Ze durven echt de verbinding aan te gaan met mijn vader in plaats van zo’n ‘professionele’ afstand te houden.” vertelt ze verder. “En dan is mijn vader vervolgens als was in hun handen. Dat werkt gewoon heel goed.” zegt ze.

Toegeven
Ze vertelt verder dat ze het zo fijn vindt dat het hele team met zorgverleners dagelijks gewoon aan het bed van haar vader bekijken wat op dat moment voor haar vader het beste is. “Ze kijken niet alleen naar zijn complicaties, maar ook naar mijn vader als mens, in zijn totaliteit” zegt ze. “En soms weten ze ook gewoon niet wat het beste is of waar iets door komt.” zegt ze. We praten wat verder over dat het voor een arts best moeilijk moet zijn; toegeven dat hij het niet weet. Maar dat uiteindelijk niemand beter wordt van loze praatjes.

Broer
“Mijn broer vindt dat nog weleens moeilijk hoor.” zegt ze dan. “Die heeft dan zoiets van ‘Weten ze het nu alweer niet?’” vertelt ze. Dan stoot ze me gemoedelijk aan en zegt hard lachend “Maar ja, die is dan ook ICT-er!”

 

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:

Werksfeer

16 september 2015

“Radboud?” vraag ik. “Nee, maar ik breng je wel even.” zegt hij. Hij moet eigenlijk in de Aldenhof zijn, de wijk naast de Weezenhof. Hij gaat dus in feite gewoon op en neer rijden voor me. Hij is lang. En groot. Heeft kort gemillimeterd haar dat al wat grijs wordt. Hij draagt werkkleding. Sportieve kleding met van die opzetstukken op de knieën en ellebogen.

Werkritme
Hij heeft al gewerkt. Van 6.00u tot 8.00u heeft hij de sporthal bij mijn ouderlijk huis in Wijchen schoon gemaakt. “Ja, dat is om 6.00u een kop koffie met z’n allen. Dan aan de bak. En dan al snel genoeg weer naar huis.” zegt hij. “En dan vanavond van 17.00u tot 20.00u nog een keer.” voegt hij eraan toe. Sodeju. Dat is nog eens een ander werkritme dan mijn 9 tot 5 uren. Ik probeer te bevatten hoe je dag er dan uitziet, maar dat valt niet mee.

Schuldig
Op de Hatertsebrug rijden we al een soort file in. “Zo, wat is het druk” zegt hij, “als ik dat geweten had, had ik je niet meegenomen.” En ik voelde me al schuldig… “Ja, je kunt er spijt van krijgen.” stamel ik uit. “Nee joh, grapje” zegt hij.

Jubileum
In het gesprek komt mijn 12,5 jarig werkjubileum ter sprake. Hij is erg geïnteresseerd hoe ik dat heb gevierd. Ik vertel dat ik het bedrag heb geschonken aan een stichting. Dan vertelt hij dat ze voor hem eigenlijk een viering zouden regelen in de kantine. “Maar het werd taart op het kantoor.” zegt hij duidelijk not amused. “Oei, dat viel tegen?” vraag ik voorzichtig. “Nogal.” zegt hij. “En weet je waarom dat dan was? Kon je dat met je leidinggevende bespreken?” vraag ik. “Nee joh, heeft helemaal geen zin.” besluit hij. Ok. En ik krijg de kriebels van de omschreven werksfeer.

Leidinggeven
Hij heeft ook een tijdje leiding gegeven, maar is daar nu mee gestopt. Goh, dat hebben we dan gemeen. “Wat was de reden dat je bent gestopt?” vraag ik. “Ongemotiveerd personeel.” antwoordt hij resoluut. “Als ik iemand drie keer moet zeggen dat ie die ruimte moet schoonmaken, dan word ik bij de vierde keer gewoon pissig.” zegt hij. Ik knik begrijpend, maar voel wat anders. Soms…is dat het beste.

Wil je geen blog missen en hem in je email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in: